Zo doe je dat

  1. Open de matrix

    Ga naar Analyse en kies de tab Dekkingsmatrix. De matrix toont alle leerjaren tegelijk.

  2. Kies de basis

    Gebruik Weergave om competenties, leeruitkomsten of leerdoelen als rijen te nemen en hiërarchiekolommen te tonen.

    Bekijk het scherm
    Kies in Weergave de basis van de dekkingsmatrix en welke bovenliggende kolommen zichtbaar zijn.
    Kies in Weergave de basis van de dekkingsmatrix en welke bovenliggende kolommen zichtbaar zijn.
  3. Gebruik filters

    Filter desgewenst op leerjaar, keuzetype, niveau of Cijfer verplicht. Controleer welke filters actief zijn voordat je een lege of drukke cel bespreekt.

  4. Onderzoek opvallende plekken

    Ga bij een lege of drukke plek terug naar de toets: past doel, bewijs, criterium en zwaarte bij elkaar?

Wat een markering betekent

Een markering laat zien dat een toetsvorm voorkomt bij een doel in een gepland cluster. Het doel moet in Ontwerp aan dat onderdeel gekoppeld zijn. Heeft de toets een eigen selectie van doelen, dan telt alleen die selectie mee. Heeft de toets geen doelen geselecteerd, dan telt de matrix de gekoppelde doelen van het onderdeel mee. De kleur verwijst naar leerjaar; een ingekleurd bolletje betekent dat Cijfer verplicht aanstaat.

Bekijk het scherm
Drie doelen zijn gekoppeld aan de toetsvormen Opdracht en Assessment. Deze toetsen staan nog niet in een afzonderlijke week. Het cijfer 2 verwijst naar leerjaar 2, niet naar het aantal toetsen. Fictief VO-voorbeeld in CP 2.12.1.
Drie doelen zijn gekoppeld aan de toetsvormen Opdracht en Assessment. Deze toetsen staan nog niet in een afzonderlijke week. Het cijfer 2 verwijst naar leerjaar 2, niet naar het aantal toetsen. Fictief VO-voorbeeld in CP 2.12.1.
Wat de matrix niet weet

CP bevat geen studentresultaten. De matrix zegt dus niets over beheersing, betrouwbaarheid of kwaliteit. Een lege cel kan bewust zijn; een volle rij kan nog steeds eenzijdig of onpassend bewijs bevatten.

Een toets hoeft niet in een week te staan

Een toets die bij een gepland onderdeel hoort, kan meetellen zonder dat je de toets ook in een afzonderlijke week of les hebt geplaatst. Deze fout is in 2.11.2 hersteld. Het onderdeel zelf moet wel in Plan staan; alleen een ontwerp zonder geplande plaatsing is niet voldoende.

Voorbeeld: twee doelen, één toets

Een fictief onderdeel is in Ontwerp gekoppeld aan doel A en doel B. Selecteer je bij de toets alleen doel A, dan telt die toets bij A mee. Laat je de doelkeuze bij de toets leeg, dan telt hij bij beide gekoppelde doelen mee. Selecteer bewust wanneer de toets maar een deel van de doelen bestrijkt.

Onderzoeken waarom een cel leeg blijft

Controleer achtereenvolgens de koppeling in Ontwerp, de plaatsing van het onderdeel in Plan, de doelenkeuze bij de toets en de actieve filters. Kijk ook naar de gekozen basis en zichtbare hiërarchiekolommen. De dekkingsmatrix bundelt relaties per toetsvorm en leerjaar; het is geen telling van behaalde resultaten.