Zo doe je dat

  1. Start bij ambitie en context

    Kies één concrete uitdaging en beschrijf voor welke leerlingen, studenten of opleiding die geldt.

  2. Formuleer de ontwerpregel

    Leg vast welke keuze je herhaaldelijk wilt maken en welk leerproces daarmee wordt ondersteund.

  3. Werk gevolgen uit

    Vertaal het principe naar doelen, clusters, toetsing, feedback, didactiek en organisatie.

  4. Toets aan de praktijk

    Gebruik het principe bij een echt ontwerpbesluit en evalueer of het het beoogde effect dichterbij brengt.

    Resultaat: Het team kan concrete keuzes met dezelfde redenering beoordelen.

Een principe stuurt het ontwerp

Een ontwerpprincipe verbindt context, beoogd effect en aanpak. Schrijf bijvoorbeeld: ‘Omdat studenten beroepssituaties moeten leren hanteren, werken zij iedere periode aan een authentiek vraagstuk met feedback uit de praktijk.’

Maak de redenering controleerbaar

Wat verwacht je dat het principe oplevert, en waaraan zie je dat? Die vraag voorkomt dat een principe alleen een voorkeur of slogan blijft.