Zo doe je dat

  1. Kies een vraag

    Bepaal welk probleem of patroon je wilt begrijpen en welk deel van het curriculum daarbij hoort.

  2. Bekijk het ontwerp

    Gebruik Leerdoelen, Leeractiviteiten, Toetsoverzicht, Intensiteit, Inzet team en Dekkingsmatrix voor relevante ontwerpgegevens.

  3. Voeg praktijkbewijs toe

    Bespreek uitvoering, studentwerk, feedback en beschikbare resultaten. Noteer waar ontwerp en praktijk uiteenlopen.

  4. Neem een besluit

    Kies één haalbare wijziging, benoem eigenaar en moment van uitvoering en bepaal waarop je later opnieuw kijkt.

  5. Werk CP bij

    Pas doelen, koppelingen, planning, activiteiten of toetsing aan zodat het gedeelde ontwerp weer klopt.

Breng drie soorten informatie samen

Vergelijk het beoogde curriculum, het uitgevoerde onderwijs en wat studenten leerden. CP maakt vooral het beoogde ontwerp zichtbaar. Ervaringen, studentwerk, resultaten en observaties komen uit gesprekken of andere systemen.

Maak de vraag klein

Een volledige scan kan helpen, maar verbetering begint vaak met één scherpe vraag. Bijvoorbeeld: waar oefenen studenten dit doel, welke informatie krijgen we terug en welke concrete ontwerpkeuze volgt daaruit?